Reactie op persbericht Woonbond in landelijke media

01 maart 2018

De Woonbond heeft vandaag in de landelijke media aandacht gevraagd voor de financiële positie van woningcorporaties door te stellen dat de corporaties ruime winst maken op sociale huurhuizen en dat daarmee ruimte is om de huren in de sociale sector met 10 procent te verlagen. Ik vind dat hier slechts de helft van het verhaal wordt verteld en wil u graag het hele verhaal meegeven.

De Woonbond stelt in haar publicatie dat corporaties jaarlijks gemiddeld  € 1.500,- ‘winst’ maken op sociale huurwoningen. Zij heeft ook op haar website een overzicht geplaatst van de ‘winst’ perwoningcorporatie over de jaren 2015 en 2016. Voor Rhenam zou dit volgens hun overzicht betekenen dat wij in 2015 en 2016 29% ‘winst’ hebben gemaakt over onze woningen.

Ik steun als bestuurder van Rhenam Wonen, net als mijn collega-bestuurders en de koepelorganisatie Aedes, de strijd van de Woonbond voor betaalbare woningen in ons land. Ook wij zien dat onze huurders het niet altijd makkelijk hebben om hun lasten te betalen. Wij sturen al jaren op matiging van de huren, en zitten met onze gemiddelde maandhuur van € 521,- ruim onder het landelijk gemiddelde van € 535,-.

Maar ik heb wel moeite met het halve verhaal zoals de Woonbond het nu presenteert. Want als woningcorporatie is Rhenam er niet alleen voor de zittende huurders, maar ook voor de zoekende huurders. Dat betekent dat wij, zoals afgesproken met de gemeente én onze huurders, de komende jaren flink investeren in nieuwbouw van sociale huurwoningen, duurzaamheid en zelfs sloop en wederopbouw van onze woningen (denk aan Vreewijk!). De aanzienlijke investeringen in duurzaamheid (€ 25 miljoen!) leveren bijvoorbeeld onze huurders forse besparingen op hun woonlasten op omdat het energieverbruik afneemt en de extra huurverhoging gering is.

En als ik dan lees dat de Woonbond alleen kijkt naar het zogenoemde exploitatieresultaat per woning (in gewoon Nederlands betekent dit de huurinkomsten van de woning minus de kosten per woning zoals rente op leningen, belastingen en onderhoud), dan is dat slechts een deel van de puzzel. Wat namelijk niet wordt verteld, is dat we dit positieve resultaat (ik distantieer mij nadrukkelijk van de term 'winst') investeren in onze activiteiten.

Om wel het hele verhaal te vertellen en te verduidelijken geven we hieronder weer hoe Rhenam er daadwerkelijk voorstaat, en passen we dezelfde correcties toe die de Woonbond heeft gemaakt.

Per woning (totaal aantal woningen 2.736)

2017

2018

Inkomsten (o.a. huur)

6.667   

6.671

Uitgaven (o.a. onderhoud)

5.779-

5.483-

‘Exploitatieresultaat’

888

1.188

Investeringsactiviteiten

2.022-

4.088-

Resultaat

1.134-

2.900-

* Bron: begroting 2018 (inclusief investeringen duurzaamheid)


Om deze cijfers te vertalen naar de werkelijkheid: om te kunnen blijven investeren in de activiteiten die we allemaal van belang vinden, moe(s)t Rhenam het afgelopen én het komend jaar geld lenen bij de bank. Er is dus helemaal geen sprake van ‘winst’ na aftrek van de gewenste investeringen.
Mijn oproep aan de Woonbond is dan ook: laten we wel het hele verhaal blijven vertellen en ons
gezamenlijk inzetten voor de betaalbaarheid en beschikbaarheid van sociale huurwoningen!